Over individuele vooruitgang in de krijgskunsten
Over individuele vooruitgang in de krijgskunsten
Wees geduldig, overhaast je niet in je oefening, want het duurt minstens tien jaar om je de basis eigen te maken en de eerste trede te bestijgen.
Ueshiba Morihei O Sensei
De Japanners hanteren het concept “shu – ha – ri” wanneer ze spreken over het leerproces. Dit verwijst naar de drie fasen in het leren.
Deze drie fasen zijn;
- Imiteren; gehoorzamen. De leerling kopieert exact de bewegingen van de sensei, zonder vragen te (mogen) stellen.
- Variëren; verbreken.De leerling verdiept zijn kennis door de finesses te zoeken. Bepaalde technieken (mogen) worden in vraag gesteld en nader onderzocht. Er wordt een doorbraak in het beheersen van de technieken bereikt.
- Vrijheid; loslaten.De leerling heeft zich de kunst eigen gemaakt en zoekt zijn eigen weg. De sensei is niet langer nodig om de technieken voor te doen. De leerling is zelf leraar geworden. De leraar geeft zijn leerling de toestemming om een eigen school op te richten indien dat wenselijk is.
In wat volgt zullen we wat dieper ingaan op de betekenis van elk van deze drie fasen.
SHU
Dit betekent enerzijds “kopiëren, imiteren” maar ook “traditie”. Binnen de krijgskunsten betekent dit dus het overnemen van de reeds (jarenlang) bestaande vormen die typisch zijn voor jouw school. In eerste instantie is het de bedoeling dat deze basisvormen grondig en tot in de details worden bestudeerd en ingeoefend. In het shu-stadium ziet de leerling af van een eigen interpretatie maar tracht de leraar tot in de kleinste details na te volgen. Het shu-stadium herinnert aan de wijze waarop ook in het westen vroeger de ambachtslieden iemand in de leer namen. De leerling was de eerste tijd voornamelijk bezig met het schoonmaken van de werkruimte. En de eerste lessen bestonden uit simpele dingen die niets met de echte kunst of ambacht leken uit te staan. Ongemerkt legt de leerling in dit shu-stadium het fundament om tot de kern van de kunst te komen. Shu duidt ook op het beschermen van het materiaal, van het curriculum aan technieken. In het shu-stadium is het niet de bedoeling dat de leerling dingen toevoegt aan de oefeningen die hij leert en evenmin dat hij dingen weglaat ("dit werkt niet", "deze techniek vind ik niet leuk", "deze techniek is voor mij te zacht/ te hard"). Het gaat er juist om dat de leerling het curriculum aan technieken ongeschonden laat en zich deze in de oorspronkelijke vorm eigen maakt. Daarbij is het belangrijk dat de leerling open staat voor de aanwijzingen van de leraar en dat de leerling de leraar vertrouwt en gehoorzaamt.
Het ligt voor de hand dat het shu-stadium zeer belangrijk is voor de latere ontwikkeling van de leerling; deze fase beslaat meestal 10 jaar intensief trainen en wordt gewoonlijk afgesloten met het behalen van een 3de dan in het moderne gradensysteem.
HA
Onvermijdelijk breekt er voor elke budoka die vordert op de weg een periode aan van frustratie. Het gevoel te hebben dat niets meer lukt, dat alles al zo vaak gedaan is en dat alles maar hetzelfde blijft. De budoka voelt zich onhandig, het gevoel van zekerheid dat aanvankelijk alleen maar leek te groeien en te groeien lijkt verdwenen. Daarvoor in de plaats komt een gevoel van opstandigheid, van kritiek en frustratie. De leerling twijfelt aan de leraar. De leerling twijfelt aan zichzelf. Toch is dit niet zondermeer een negatief stadium. "Ha" is ook het stadium dat de leerling zich technieken eigen begint te maken en niet uitsluitend leert van de leraar, maar ook door eigen ervaring. De leraar moedigt hem aan ook elders ervaringen op te doen. Hierdoor ontmoet de leerling andere beoefenaars die mogelijk een andere benadering van de kunst hebben. Ook dit kan frustrerend zijn, maar zijn kennis en ervaring neemt toe en daarmee zijn zelfvertrouwen.
“Ha” is de fase waarin het volhouden heel belangrijk is, het blijven doortrainen tot er een “doorbraak” wordt bereikt. Je hebt bijvoorbeeld een bepaalde techniek al verschillende honderden keren gedaan en plotseling overvalt je in een flits van inzicht de eigenlijke essentie van de techniek : eindelijk begrijp je het écht. Met dit nieuwe begrijpen ben je dan in staat om oneindige variaties op die techniek te creëren. Dit is typisch voor het ha-stadium. Je verwerft nieuwe inzichten die je ook moet durven in vraag stellen; de sensei kan hier hulp bieden.
Niet iedereen bereikt het ha-stadium, het vergt immers een enorme inspanning om zover te geraken. De gemiddelde duur die een leerling nodig heeft om het ha-stadium te doorlopen is 10 jaar; in het moderne gradensysteem kun je hier 4de en 5de dan situeren.
RI
Het stadium "Ri" wordt wel vergeleken met de verhouding tussen ouder en een volwassen zoon of dochter. De budoka heeft zich de kunst eigen gemaakt. Aan zijn manier van bewegen is vaak genoeg nog wel te zien wie zijn leraar was, maar de bewegingen zijn niet langer aangeleerd. Ze komen uit zichzelf van zichzelf. De budoka begint zijn eigen weg te vinden; onder begeleiding van de sensei heeft hij geleerd om te oordelen of een bepaalde toevoeging of vernieuwing zinvol zou zijn en in overeenkomst met de basisprincipes van de kunst. Hij heeft ook geleerd waarom bepaalde zaken niet kunnen worden weggelaten, en wat de waarde van elk onderdeel is voor het geheel. Dit alles is van groot belang voor de budoka die zijn krijgsdiscipline verder wil ontwikkelen, zonder afbreuk te doen aan wat er al bestaat; enerzijds het bewaren van de traditie en anderzijds het vernieuwen en verder ontwikkelen ervan zijn de voornaamste doelen.
Terwijl hij de volledige kennis aangeleerd krijgt (ook de zogenaamde ogi-waza of geheimen van de school) en alsmaar meer de verpersoonlijking wordt van de desbetreffende school, leert hij ook te reageren op een aanval zonder te moeten denken op specifieke technieken, strategieën of principes. De budoka is de krijgskunst, dus alles wat hij doet behoort ook tot die krijgskunst; hij is in staat om iets nieuws te creëren gebaseerd op de eigenheid van zijn school. De budoka mag vrij creëren, los van het specifieke onderricht van zijn leraar, maar wel gebaseerd op de principes van de kunst die hij innerlijk verwerkt heeft.
Slechts een kleine groep slaagt erin dit stadium te doorleven. Het ligt voor de hand dat het hier gaat over die budoka’s die hun leven hebben gewijd aan een bepaalde discipline. In het moderne gradensysteem komt dit vaak overeen met 6de dan en hoger en de titel shihan.
- login of registreer om commentaar in te zenden



