Enkele Japanse Woorden

In dit hoofdstuk vind u een lijst van japanse woorden en termen die we vaak gebruiken tijdens de trainingen. Het is dan ook belangrijk dat u vertrouwd geraakt met deze woorden. De kans is immers groot dat een aantal van deze termen de kop opsteken tijdens het theoretisch gedeelte van een examen.

Algemeen

Japans Nederlands
BAN SEN JUKU school der 10.000 stromingen
BUDO traditionele Japanse krijgskunst
REIGI morele gedragscode (etiquette – beleefdheidsregels)
DOJO plaats voor het beoefenen van de weg
AIKIDO de weg van de eenwording van energie
IAIDO de weg van het trekken van het zwaard
FUDOSHIN vrijheid van geest

Bij de aanvang van de les :

Japans Nederlands
ONEGAI ITA SHIMASU “laat ons samenwerken”

Bij het einde van de les :

Japans Nederlands
DOMO ARIGATO GOZAI MASHITA “heel hartelijk bedankt”
Japans Nederlands
SENSEI leraar (aanspreektitel)
SHIHAN meester
DESHI leerling
SEMPAI senior, student met meer ervaring
KOHAI junior, student met minder ervaring
DOHAI student met gelijke ervaring
SEIZA formele zit op de knieënoSensei
KIZA formele zit op de knieën met de tenen in de mat (klaar om recht te staan)
SHOMEN centrale plaats in de dojo met het portret van de oprichter van Aikido, een calligrafie, …
SHOMEN NI REI groet de shomen
OTAGAI NI REI studenten groeten voor elkaar
SENSEI NI REI groet de leraar
Japans Nederlands
HAJIME begin, start
YAME einde, stop
MATE wacht

Richtingen

Japans Nederlands
MIGI rechts
HIDARI links
MAE voorwaarts
USHIRO achterwaarts
YOKO zijwaarts
Japans Nederlands
ZEROKYO nul principe
IKKYO eerste techniek
NIKYO tweede techniek
SANKYO derde techniek
YONKYO vierde techniek
GOKYO vijfde techniek

Tellen van 1 tot 10

Japans Nederlands
Ichi 1
Ni 2
San 3
Shi 4
Go 5
Roku 6
Shichi 7
Hachi 8
Ku 9
Ju 10

oSensei

Japans Nederlands
UKEMI WAZA valbreektechnieken
KAMAE houding (klaar zijn)
HANMI halve houding, de helft zichtbaar
AI HANMI gelijke houding
GYAKU HANMI tegengestelde houding (spiegelbeeld)
HITO E MI op één lijn staan
TAI SABAKI lichaamsverplaatsing
SHIKKO verplaatsen op de knieën
TACHI WAZA staande technieken
SUWARI WAZA zittende technieken
HANTACHI WAZA de helft staand
NAGE werpen (in aikido : laten vallen), worp
SHIHO vier (wind)richtingen
KAITEN wielvormige draai
TENCHI hemel en aarde
KOTE pols
GAESHI draaien, gedraaid
UDE arm
OSAE klem, houden
TORI of MOCHI greep
TE hand
KATA schouder
KATATE pols
RYOTE beide handen
MEN hoofd
MOROTE twee handen die dezelfde arm pakken
TE GATANA zwaardhand
UCHI slag
SHOMEN UCHI slag naar het midden van het hoofd
YOKOMEN UCHI slag naar de zijkant van het hoofd
GYAKU YOKOMEN UCHI gekeerde slag naar de zijkant van het hoofd
Japans Nederlands
TSUKI stoot, steek
JODAN bovenste deel van het lichaam, hoog
CHUDAN middelste deel van het lichaam, midden
GEDAN onderste deel van het lichaam, laag
Japans Nederlands
ATEMI algemene benaming voor slag, stoot, of trap
GERI schop, trap
KIRI snee, houw
CHUDAN TSUKI steek ter hoogte van het midden
KATA TORI JODAN TSUKI schouder grijpen en stoten naar boven
RYOTE TORI grijpen van beide polsen
USHIRO RYOTE DORI achteraan beide polsen grijpen
Japans Nederlands
SUMIMASEN sorry
MA AI onderlinge afstand en timing
UKE aanvaller
NAGE verdediger
AI (of WA) harmonie
AWASE harmoniserend, in harmonie
IRIMI instappen, binnengaan
TENKAN draai
OMOTE voorkant, tegemoettreden
Japans Nederlands
URA achterkant, afbuigen
TACHI zwaardoSensei
KEN
TO
KATANA
BOKEN of BOKUTO houten zwaard
JO houten stok
TANTO houten mes
DOOGI of KEIKO GI oefenkledij
OBI gordel
HAKAMA traditionele wijde broekrok
ZOORI (rieten) slippers
YUDANSHA houders van een dan-graad (zwarte gordels)
DOJO CHO hoofd van een dojo
SHIDO IN hoofdleraar
DOMON KAI studentengemeenschap of ledenclub